Burger slam
Je werkt in een diner van de jaren 60 en iedereen gaat samen een burger samenstellen. Je specialiteit is een standaard burger of een grote burger. Het is de bedoeling dat je zo veel mogelijk kaarten verzameld hebt wanneer een speler zonder kaarten komt te zitten. Wie heeft het beste geheugen en kan zo veel mogelijk burgers maken.
Je verdeeld de 60 ingrediëntenkaarten gedekt over de spelers zodat iedereen evenveel kaarten heeft. In het midden van de tafel leg je het kaartje met het bord op en daarnaast het houten broodje. De speler die als laatste een burger gegeten heeft mag beginnen. Om de beurt gaan de spelers nu de bovenste kaart van hun stapel omdraaien en op het bord leggen, dit doe je door de kaart van je weg te draaien om jezelf niet teveel voordeel te geven. Zorg hierbij wel dat je de vorige kaarten die gelegd zijn niet meer kan zien, het is de bedoeling dat je die gaat onthouden. Als er minimaal 2 stuks van elk ingrediënt (een standaard burger) liggen of 7 stuks van 1 ingrediënt (een grote burger) dan kan je een burger maken en moet je het broodje op de kaarten leggen. Je zegt dan ook welke burger je kan maken. Op de kaarten staan tomaten, sla, kaas en hamburgers in verschillende combinaties en aantallen. Als het broodje geplaatst is mogen de andere spelers zeggen of ze geloven dat er een burger gemaakt kan worden of niet. Als iedereen het eens is en gelooft dat er een burger kan gemaakt worden, dan mag de speler die het broodje speelde alle kaarten onder zijn/haar eigen stapel leggen. Als er toch iemand of meerdere spelers zijn die het niet vertrouwen, dan wordt de stapel nagekeken. Enkel de speler die als eerste zegt dat hij/zij het niet vertrouwd kan je in twijfel trekken en kan de stapel verdienen. Als er toch een burger kan gemaakt worden, dan krijgt de speler die het broodje speelde alle gespeelde kaarten en 2 kaarten van de speler die het niet geloofde. Als je toch geen burger kan maken, dan krijgt de persoon die het niet geloofde de aflegstapel en 2 kaarten van de speler die het broodje plaatste. De speler die de kaarten van de aflegstapel krijgt, begint de volgende ronde.
Het spel stopt als 1 speler zijn/haar kaarten allemaal kwijt is. Je kan ook de 16 speciale kaarten gebruiken om het spel te beperken tot 16 burgers, je neemt namelijk altijd een kaart als er een burger wordt gemaakt, of deze nu correct of niet correct is. Als een speler eerder al zijn/haar kaarten kwijt is, stopt het spel vroeger. Als het spel stopt na 16 burgers of vroeger, dan telt iedereen zijn/haar kaarten en de persoon met de meeste kaarten wint. Als er meerdere spelers met hetzelfde aantal kaarten zijn, dan delen ze de overwinning.
Reacties
Een reactie posten